
Ik bevind me regelmatig in de ‘tussentijd’. De betekenis volgens het woordenboek is: periode tussen twee andere bepaalde tijdsruimtes of tijdstippen in.
Zoals deze meteorologische tussentijd; het is natuurlijk winter, maar we kijken reikhalzend uit naar de lente en ondertussen zijn we dan blij met de eerste voorjaarsbloemen, die hun kopjes boven de grond uitsteken.
Ik heb vaak in de tussentijd gezeten. En velen met mij natuurlijk; tussen kind en volwassene, tussen student en werkende, tussen alleen gaand zijn en een relatie hebben, tussen geen en wel ouder(s) worden/zijn, tussen gezond zijn en chronisch ziek zijn.
Vandaag gaat het over de periode tussen prima energie hebben en uitgeput zijn. Díe ontzettend ingewikkelde tussentijd voor mij.
Ik heb van die dagen, dat ik niet uitgeput ben, maar ook bijna geen energie heb. Van die dagen, dat ik heel graag op de fiets wil stappen om een stukje te fietsen, of een boodschap wil gaan doen. Dat ik een stukje buiten wil gaan lopen, dat ik…
…Van alles wil, maar ik kan het niet. Ik ben gevangen in mijn eigen lichaam en ondertussen kijk ik verlangend tussen mijn eigen tralies door naar buiten.
Ik kan uren bezig zijn met wat ik graag zou willen. In mijn hoofd zet ik steeds de eerste stap.
Als ik uitgeput ben, heb ik die gedachten niet. Dan wéét ik, dat ik niks kan, behalve liggen en wachten, tot het uitgeput zijn voorbij is.
Als ik energie heb, heb ik die gedachten óók niet. Dan gaat het vanzelf. Dan doe ik en dan kost het me geen moeite, om dát te doen wat ik wil.
Maar die tussentijd, vind ik heel ingewikkeld. Dan kan ik rechtop zitten en kan ik in huis een beetje aanrommelen. Ondertussen zucht ik veel en ben ik me dat ook bewust. Als ik zucht, dan heb ik een ‘alles-kost-veel-moeite-dag’.
Want op zo’n dag, zou het kunnen zijn, dat ik ineens wél een klein beetje energie krijg, dat dan net voldoende is om wél op mijn elektrische fiets te stappen en een rondje te gaan fietsen, om een boodschap te doen, of een blokje om te gaan, of zelfs een lekkere wandeling door het natuurgebied hierachter te maken.
Maar wanneer en of het überhaupt zal gebeuren, dat weet ik dus niet.
En daar zit ik dus een soort van op te ‘wachten’… in die tussentijd…, wat ik ook ‘wachttijd’ zou kunnen noemen. Ik word er knetter onzeker van!
De poort in de achtertuin óf mijn voordeur is de magische grens tussen erop uit kunnen gaan, of niet. Ik kan echt verlangend kijken naar die twee deuren, want daarachter is de echte wereld. De wereld van mensen die alles kunnen. Die een gewoon leven hebben. Mensen die kunnen vertrouwen op een bepaald ritme in hun leven; van op een bepaalde tijd opstaan, wassen, aankleden, ontbijten en naar je werk, of naar wat dan ook gaan. Of een andere dagbesteding, maar meestal heeft hun leven een ritme, waar je wel vanuit kunt gaan. Voorspelbaar in zekere zin ook.
Toch grappig, want als ik dit nu weer opschrijf denk ik gelijk… mmm, dat hele voorspelbare was sowieso al niet mijn ding. In de tijd, dat ik voor de klas stond, heb ik dat natuurlijk meegemaakt. De dagen leken best wel op elkaar. Niet voor niets, dat ik in die tijd vaak iets anders er naast heb gedaan. Ik heb nog verschillende cursussen en opleidingen na schooltijd gevolgd, om niet verveeld te raken, zoals: remedial teacher, specialist drama in het onderwijs, accordeon les, close harmony zingen, opleiding tot contactclown (soort Cliniclowns), …
Ik vond en vind het leuk om nieuwe dingen te leren, daar word ik echt blij van!
Toen ik in 2007 mijn eigen bedrijf begon: ‘Willeke Wauzz Producties’, (o.a. gericht op drama in het onderwijs, voorstellingen produceren, regisseren en soms zelf meespelen als actrice) kwam alles samen, waar ik goed in was.
De tijd dat ik mijn eigen bedrijf had, was heel erg afwisselend en onvoorspelbaar. Maar het belangrijkste was, dat ik erop vertrouwde dat het goed kwam.
In de tien jaar, die we op tournee met het ‘Wintercircus’ mee gingen, was het dan terugvallen in een soort van routine en relatieve voorspelbaarheid. Wat ik voor die paar wintermaanden dan wél even heel prettig vond.
Hoewel ik op tournee altijd moest zorgen, dat de logistieke planning in orde was
– Ik, als company manager, alles moest regelen, wat maar nodig was, zodat artiesten en medewerkers tevreden waren.
– We voor leuke en minder leuke verrassingen kwamen te staan, die wij vaak moesten oplossen.
Deze periode gaf toch een zekere rust voor mijn creatieve brein en kon ik weer opladen voor de maanden erna.
En ondertussen lekker knus in onze caravan wonen en meewerken aan een mooie voorstelling en uitvoeren met alle artiesten van dichtbij en (heel) ver weg. Ook een heerlijke tijd om op terug te kijken!
Oftewel de afwisseling in onvoorspelbaar en voorspelbaar, wat werk betreft, was een goede combi voor mij.
In relaties trouwens ook. Het is fijn om te weten, dat de basis in een /mijn liefdesrelatie klopt. Dan ik weet waar ik aan toe ben. Dat ik weet, dat mijn lief onvoorwaardelijk van mij houdt. Een liefde zonder maar… Dat ik altijd bij hem terecht kan.
En dat ik daarop kan vertrouwen. Ook al leven we ruim 100 km bij elkaar vandaan en zien we elkaar maar een paar dagen per week. Dat gevoel, dat maakt me zo dankbaar en blij.
En de onvoorspelbaarheid in onze relatie op de positieve manier is, dat we elkaar graag mogen verrassen. En dat moet je je dan weer niet heel groot voorstellen hoor. Ik ben gek op tompouces van een bakkertje bij Erik in Haarlem. En op een broodje haring (wat ik nog nooit gegeten had, voordat ik hem kende!). Als hij daarmee thuis komt, dan heb je me wel lachend hoor! Of, als hij zegt: ’Stap maar in, we gaan naar zee!’ Zo blij als een kind ben ik dan!
Hij houdt van eucalyptustakken, gevulde droppotten, bloemen en van mijn briefjes, die ik vaak verstop als ik, of hij, weer naar huis gaat. Op die manier elkaar blij maken, is zo fijn!
Onvoorspelbaarheid in gezondheid is echter een compleet ander verhaal. Dat haat ik. Ja echt. Ik kan er inmiddels meestal redelijk mee omgaan, maar dat is wat anders dan het helemaal prima vinden.
En ik ben er ook achter, dat mijn beleving op mijn ‘tussentijd-dagen’ anders is, als ik alleen ben, dan wanneer we samen zijn. Als twee chronisch zieken samen, is het wel beter te aanvaarden, als je je niet goed voelt. De afleiding, die ik heb als we samen zijn, maakt het minder zwaar. Als hij even niks kan, is dat voor mij nooit een probleem. Als het andersom is, voor hem ook niet. Het is dan fijn, dat er iemand om je heen is.
Maar als ik in de tussentijd, waarin ik me dus niet goed voel, alleen ben, is het gevoel nog erger. Het is een afschuwelijk gevoel in mijn lijf. Net als in de nacht ook alles nóg erger is… Herkenbaar?
En natuurlijk wéét ik, dat het overgaat. Ik heb het gelukkig niet elke dag, maar ik kan er helaas ook niet op vertrouwen, dat het nooit meer terug komt. De afgelopen jaren hebben bewezen, dat het steeds weer terugkomt. En voor mij went het niet.
En voor de duidelijkheid: Dat Erik en ik een latrelatie hebben, is nog steeds een bewuste keuze, die ons allebei heel goed bevalt. De ‘alleen-tijd’ als we niet bij elkaar zijn, vinden we allebei ook heel erg fijn en hebben we ook nodig.
(En dan heb ik het niet over het verliezen van mijn bijstandsuitkering, als we zouden gaan samenwonen en ik dus volledig financieel afhankelijk van Erik zou zijn, wat ik echt vreselijk zou vinden…)
Wat me trouwens wel aan het grijnzen maakt: Ik verkondig het ene moment (in een blog), dat het zo goed met me gaat (Op dit moment, zeg ik er dan wel vaak bij) en nog geen dag later, zit ik in de ‘tussentijd’ of ben ik uitgeput en voel me bleeeehh! Lekker onvoorspelbaar in het fysieke, ben ik…

Abonneren
Door je gratis te abonneren, ontvang je automatisch een e-mail als ik mijn volgende Blog heb geplaatst. Vul hieronder je e-mailadres in, dan ontvang je eerst nog een e-mail waarin jouw bevestiging wordt gevraagd voor het abonnement. Daarna ontvang je een e-mail telkens als ik een nieuwe Blog publiceer.
