Eén van de twee

Ik werd als één van de twee geboren. Of moet ik zeggen als tweede geboren, dus na de eerste. Met z’n tweeën zaten we in één buik. Als je als eerste geboren wordt, betekent dat dan automatisch, dat je ook als eerste dood gaat? Had ik dan in dit geval mazzel, dat ik als tweede geboren was? Want inderdaad, de eerste ging als eerste…

Ik ben een overgebleven tweelinghelft, zoals dat in mooie taal heet.
Mijn tweelingbroer Theo Willem, vernoemd naar mijn opa en pake (= opa in het Fries), overleed na drie weken. Hij kwam al niet heel erg sterk ter wereld, wie weet wat we samen in de baarmoeder allemaal al beleefd hadden…

Echt reuze jammer, dat ik niet op mocht groeien met mijn tweelingbroer. Ik heb er veel over gefantaseerd, ik ben er boos over geweest, vreselijk verdrietig maar uiteindelijk bleef ik als tweede over. Alleen.

Het gezin waar ik geboren ben, heeft dochters.
Dus een zoon erbij was ook zeer welkom geweest.
Is het voor ouders mogelijk om het overgebleven kind te ‘zien’, zonder het overleden kind?
Blijven ze in hun geest ook voor altijd samen?
Kun je naar het overgebleven kind kijken zonder pijn en verdriet?
Mijns inziens is dat onmogelijk, al doe je als ouders nog zo goed je best en zal de tijd een belangrijke rol gaan spelen.

Wat zit je als ouders in een afschuwelijke emotionele rollercoaster:
– De blijdschap van de geboorte van je tweeling
– De bezorgdheid over je zoontje die ernstig ziek is geworden en in het ziekenhuis ligt
– Je babydochtertje die thuis maar blijft huilen
– En de zorg om je nog maar drie jarige oudste dochter
– Het immense verdriet van je zoontje, die overleden is
– En je babydochter, die voelt dat er iets niet klopt; die alle emoties voelt van iedereen om haar heen en waar is haar wederhelft, de persoon met wie ze zich samen ontwikkelde in de baarmoeder, haar speelmaatje, degene die haar compleet maakte, ze weet niet hoe het moet om alleen te zijn. Het klopt niet.

Hoe kun je als ouders omgaan met zo’n verlies, waar je de rest van je leven mee geconfronteerd zult blijven, zodra je het andere kind ziet.
Die andere helft. Eén van de twee. De tweede.                 

Ik kan het alleen maar bedenken en doorvoelen. Nu…
Wat heb ik te doen met mijn ouders…

*Dit zijn allemaal mijn inzichten en mijn interpretaties achteraf
en mijn ouders zijn de beste ouders die ze konden zijn…

In mijn jeugd heb ík er geen ‘last’ van gehad, dat ik alleen over was gebleven. Dat kwam later pas. Theo Willem heeft altijd een ‘plek’ gehad in ons gezin, dus ik heb het ook altijd geweten.
Toen ik heel jong was, vroeg ik altijd als ik jarig was: ’Wat zou Theo Willem nu gekregen hebben?’ Waar ik was, was hij ook nog steeds.
En we stonden samen op de foto. Het bewijs dat het echt was geweest…
Toen ik wat ouder werd en mijn eigen kamer/huis kreeg, kon ik niet meer naar de foto van ons tweeën kijken. Te pijnlijk.
Hoe ouder we werden, hoe minder vaak hij ter sprake kwam.
Een natuurlijk verloop van de tijd.

Ik herinner me nog een voorval uit de zesde klas van de lagere school. Waarschijnlijk hadden we een biologieles waar het over tweelingen ging. Ik ben huilend de klas uitgelopen. Dus ik had nergens last van, als er maar niet over gesproken werd…
Een belangrijk thema in onze familie.

Ik weet heel veel niet meer van mijn jeugdjaren. Ik was er wel, maar niet echt. Ik was er voor de helft, zeg maar. Als er in ons gezin herinneringen opgehaald worden, wordt er altijd gezegd: ‘Weet jij dat niet meer?’ Nee dus. Ik weet dat allemaal niet meer.

Volgens mijn moeder had ik wel altijd een vriendje. Ik trok meer naar jongens dan naar meisjes. Tijdens mijn hele lagere schoolperiode had ik één vriendje. Waar ik later ook een soort van verliefd op werd. Ik kan er met een glimlach aan terugdenken. Ik heb nog steeds contact met zijn ouders. De grootste schatten op de wereld!
Ook tijdens mijn MAVO periode had ik altijd verkering. Ik werd steeds weer verliefd. En altijd wel weer iemand, die ik leuker vond. Ik ging van de één naar de ander, ook nog tijdens mijn MDGO- en PABO-tijd.

Altijd maar (onbewust) op zoek naar mijn wederhelft. Ik had echter geen idee.
Toen de relaties serieus begonnen te worden, kreeg ik er echter flink last van als het uit ging. Ook als ik zelf besloot, dat de relatie niet meer werkte.
Ik begon me depressief te voelen, als ik weer alleen was. En de depressies werden steeds heftiger, nadat een relatie verbroken was. Ik kon op gegeven moment alleen nog maar denken, dat mijn leven op deze manier (lees: in mijn eentje) niet te doen was.

Elke keer als ik na een relatie weer alleen was, kwam ik in mijn baby-stuk terecht. Zie je wel, het is niet veilig hier. Je kunt niet alleen verder. Je moet met z’n tweeën zijn!
Ik belandde dus steeds in een depressie (wat ik eerst dus niet eens wist!), was daardoor niet gezellig, niet echt aanspreekbaar en heb op menig familie-uitje daardoor een stempel gedrukt. Want ja Willeke verpest de sfeer weer eens…

Tijdens mijn eerste therapiesessie bij een psycholoog tijdens en na mijn scheiding, was ik zwaar depressief. Ik kan me eigenlijk niet eens meer herinneren of ik doorgewerkt heb of niet. Wel weet ik dat die periode een heel groot zwart gat is, waar mijn labrador Famke mijn levensredder was. Dankzij haar MOEST ik opstaan, want ze stond jankend naast mijn bed met haar natte neus tegen mijn wang aanduwend. Deze periode heb ik overleefd. Gelukkig.

Na verloop van tijd was ik weer opgekrabbeld, had een fijne nieuwe relatie en zat weer goed in mijn vel. Deze man was precies de juiste persoon, die ik op dat moment tegen moest komen. Al snel werd onze dochter geboren, begon ik mijn eigen creatieve bedrijf en had ik fijn alle touwtjes in handen. Als perfectionist is dat ideaal! Alles zelf onder controle houden en ik werkte met plezier 60 uur in de week. Ook moeder zijn, vond ik geweldig! Wat bijzonder om de ontwikkeling van je eigen kind mee te maken. Wat hou ik veel van haar!

Toen onze dochter een jaar of elf was, ging het niet zo goed met haar. Ze had veel last van faalangst en moest veel huilen. Ze voelde zich niet fijn en wist niet waarom.
Van vrienden had ik gehoord over therapie met paarden en aangezien zij een paardenmeisje was, was dit misschien wel een vorm, die goed bij haar zou passen.
Uiteraard hoorde daar ook een oudersessie met een paard bij.
Dát was voor mij het moment waarop er veel met mij gebeurde.
Lang verhaal kort: ik ging daar ook in therapie, bij een andere therapeut.

Inmiddels kwam tot mijn enorme grote verdriet, na ruim twaalf jaar, ook deze relatie tot een einde. En weer kwam de depressie in mijn leven. Mede daardoor kwam echter wel mijn tweeling-stuk weer aan bod. En werd duidelijk dat ik door het verliezen van mijn tweelingbroer een groot trauma (PTSS) had opgelopen, wat zich o.a. uitte in:
Bevriezen in ‘conflictsituaties’
  (dat was meestal ‘gewoon’ een woordenwisseling of een meningsverschil)
Me niet goed en veilig kunnen hechten aan een ander persoon en
Dissociëren van de wereld om me heen.

Tijdens een regressie-sessie waar ik, op de rug van het paard zat, ging ik van ‘nu’ terug naar het moment dat Theo Willem ziek was en overleed. De tranen stroomden over mijn gezicht. Ik voelde me intens verdrietig.
Het moment dat hij stervende was, kreeg ik het ontzettend koud, echt ijs-koud. Ik bevroor letterlijk. Ik kon me niet meer bewegen. Een hele tijd bleef ik als versteend zitten op de rug van het paard. Ik voelde mijn inwendige strijd: mijn tweelinghelft, mijn broer is dood. Ik wil ook niet meer.

Als baby heb ik dus mijn eerste depressie al meegemaakt. Ik heb uiteindelijk de keuze gemaakt om door te leven, maar voor de helft. Letterlijk en figuurlijk, want ik was letterlijk mijn wederhelft kwijt en ik was wel lijfelijk aanwezig, maar geestelijk dus regelmatig niet echt. Dit verklaarde dus ook, waarom ik bijna niks meer wist en weet van ‘vroeger’. Ik was dus een zwaar getraumatiseerd kind, wat niemand wist.

Na vele EMDR-sessies(traumatherapie), begrijp ik nu wel hoe ik in elkaar zit en wat trauma/PTSS met een mens kan doen.

Ik begrijp waarom ik in mijn jeugd altijd met mijn neus in de boeken zat. De echte wereld kon ik niet aan.
Ik begrijp waarom ik veel in mijn eentje op het dak zat, lekker rustig en niet kunnen dealen met het verdriet en de onmacht van mijn gezinsleden.
Nu voel ik het, als ik ‘bevries’/dichtklap. Het is nog een oud patroon, een overlevingsreactie, die ik helaas alleen bij mijn familie nog wel eens heb. En dat is logisch, want zij horen bij mijn basis. Gelukkig kan ik het herkennen en soms benoemen, wat er gebeurt. Het is dan helpend als Erik er is, want hij weet wat er gebeurt en kan mij helpen eruit te komen / te blijven.
En… Ik heb geleerd om ook alleen te kunnen leven. Ik kan zelfs heel tevreden en gelukkig zijn, alleen.

Niet alle overgebleven of alleen geboren tweelinghelften raken getraumatiseerd. Waarom sommigen wel en anderen niet, is niet echt bekend. Wel zijn de kenmerken, die ik heb/had herkenbaar voor velen, die alleen overbleven.

Inmiddels heb ik Theo Willem een plek gegeven in mijn leven;
Bijna elke avond voordat ik ga slapen, neem ik even de dag met hem door. En in sommige situaties vraag ik hem om mij te helpen. Het is fijn voor mij om te weten, dat hij er is, als ik hem nodig heb. Onze foto is me inmiddels weer zeer dierbaar en staat op een mooi plekje in mijn woonkamer.
Toen mijn ouders een nieuwe grafsteen wilden, omdat de oude gebarsten was, had mijn dochter Isabella het idee om mijn allereerste tattoo; die symbool staat voor leren omgaan met mijn pijn, op de grafsteen te laten zetten. Zo zijn wij symbolisch ook weer verbonden.

En zijn we toch weer samen…

Abonneren

Door je gratis te abonneren, ontvang je automatisch een e-mail als ik mijn volgende Blog heb geplaatst. Vul hieronder je e-mailadres in, dan ontvang je eerst nog een e-mail waarin jouw bevestiging wordt gevraagd voor het abonnement. Daarna ontvang je een e-mail telkens als ik een nieuwe Blog publiceer.