
‘Poeh! Wat is het fijn om hier te zijn hè! Even helemaal niks…’
‘Het is heerlijk! Hoor het ruisen van de golven, zo rustgevend…’
‘En die kleuren van de lucht, geweldig!’
‘Ik ben best moe, eerlijk gezegd…’
‘Nou je het zegt… ik eigenlijk ook…’
Zomaar een gesprek bij zonsondergang aan zee. De lucht geeft prachtige kleuren: oranje, paars, geel en ook de zee weerkaatst het kleurrijke schouwspel weer terug. De temperatuur is heerlijk en de golven geven een geruststellend geluid als ze heen en weer over het zand rollen. De palmbomen ruisen zachtjes in de wind en de druiventrossen geven een heerlijke zoete geur. Het is een prachtige plek om even te zijn.
De dieren hebben expres een rustgevende plek uitgezocht om even bij te komen. Het is best vermoeiend om je Vrouw-Mens en Man-Mens steeds in de gaten te houden. Het Vrouw-Mens is ziek en het Man-Mens zorgt drie dagen per week voor haar.
Kater en Poes zijn een stukje gaan wandelen, even vrij van de zorg voor hun Vrouw-Mens.
De Zeehonden liggen te glinsteren in hun grijsbruine velletjes op een rots in de branding en pakken de laatste zonnestralen mee. De Meeuwen houden, zoals gewoonlijk, alles scherp in de gaten en schetteren de laatste roddels naar elkaar.
De Dolfijnen maken hun prachtige buitelingen in de koele zee en hebben altijd plezier met spelen. Ze mogen elkaar graag aftroeven met hun kunsten en houden van publiek, ze geven graag een showtje weg!
‘Zeg Pelikaan’, vraagt Konijn-Ram terwijl hij zijn bruine vacht nog eens poetst, ‘hoe gaat het eigenlijk met jou en jouw Man-Mens? Is hij al moe van het zorgen voor zijn Vrouw-Mens en ben jij niet moe van het letten op jouw Man-Mens? Een hele opgave lijkt me dat hoor!’
Op de boomstronk zittend in de avondzon, is het een goed moment om even aandacht te hebben voor elkaar.
‘Wat ontzettend attent dat je er naar vraagt Konijn-Ram!’, antwoordt Pelikaan. ‘Ik heb bewondering voor hem en hoewel hij het erg goed doet, is het ook op momenten heel zwaar. Vooral emotioneel gezien.’ Hij strijkt vermoeid met zijn witte vleugel langs zijn ogen. ‘Ik heb inderdaad ook even pauze nodig.’
‘Wat goed dat ze niet zijn gaan samenwonen zeg!’, zegt Konijn-Voedster, ‘nou kan hij tenminste een paar dagen bijkomen in zijn eigen huis!’
‘Tsja, dat is een apart verhaal.’, legt Pelikaan uit. ‘Ze kiezen er zelf voor om niet samen te wonen, maar de regels van de Participatiewet zijn streng. Ze mogen niet vaker dan drie nachten per week bij elkaar zijn. Ook al zouden ze dat soms wel even willen.’
‘Waarom niet? Wat gebeurt er dan?’, vraagt Konijn-Voedster.
‘Dan raakt ze haar uitkering kwijt.’, legt Pelikaan uit.
Voordat Konijn-Voedster kan reageren, schettert Meeuw 1 die zich altijd overal mee bemoeit vanaf zijn paaltje: ‘Je wíl toch zeker geen nest bouwen met zo’n Vrouw-Mens! Wat is daar nou voor lol aan! Je kunt er helemaal niks meer mee!’
‘Waar gaat dit over?’, tettert Meeuw 2 er doorheen, die een pirouette maakt in de lucht en daarna keurig landt bij de boomstronk. ‘Gaat dit toevallig over dat luie Vrouw-Mens die dag en nacht in haar nest ligt?’
‘Jaaaa, heb ik gehoord! Heb ik gehoord!’, toetert de derde Meeuw die na een duikvlucht nogal onhandig op het strand stort. ‘Ze laat zich voeren! Echt, ik heb het zelf gehoord! Het is toch geen jong!’
Hij schudt het zand uit zijn veren en kijkt stoer om zich heen in de hoop dat niemand heeft gezien hoe hij zijn landing verknald heeft.
‘Je Mens laat zich misbruiken, Pelikaan!’, zegt Zeehond-Bul vanaf de rots vlak bij de vloedlijn. ‘Je hoort voor elkaar te zorgen, zo hoort het! Niet dat de één alles doet en de ander niks. Dat is echt niet okee! Ik zou me twee keer bedenken om zo iemand als metgezel te kiezen!’
‘Míjn vader en moeder doen allebei evenveel hoor!’, roept de Huiler (die eigenlijk al best heel groot is), waarna zijn moeder hem een liefdevol stootje geeft met haar snuit. ‘Zo is het maar net.’, zegt ze.
Poes en Kater zijn inmiddels klaar met hun wandeling en komen rustig weer teruglopen richting boomstronk. Ze hebben de conversatie wel gehoord, want stemmen klinken behoorlijk ver over het water.
‘Kennen jullie het hele verhaal wel?’, vraagt Poes aan de Meeuwen en Zeehonden.
‘Jazeker!’, schettert Meeuw 1. ‘Mijn neef heeft me alles vertelt hoor, hij komt hier regelmatig, dus alles uit de eerste vleugel gehoord!’
‘Ik las het op internet! Het Vrouw-Mens heeft het zelf geschreven, dus is het waar!’ schettert Meeuw 2. ‘En mijn tante heeft het zelf gezien!’, toetert de derde Meeuw. ‘En familie spreekt altijd de waarheid, dús!’
De Zeehonden geven toe, het van de Meeuwen te hebben gehoord. Maar aangezien verschillende Meeuwen ongeveer hetzelfde verhaal vertellen, zal het toch zeker kloppen?
De Dolfijnen roepen tijdens hun duikelingen: ‘Je moet niet alles geloven wat je hoort!’
‘En zeker niet van de Meeuwen!’
‘Pelikaan, hoe gaat het met jou en je Man-Mens?’, vraagt Kater met zijn rustige stem. ‘Als wíj, als dieren al moe zijn van onze Mensen in de gaten houden, hoe zal het dan wel niet met jouw Man-Mens gaan?’
Inmiddels zijn de dieren allemaal wat dichter bij elkaar gekomen. Sommigen zijn wel in voor een goeie roddel, anderen zijn oprecht benieuwd. De oren worden gespitst.
‘Allereerst,’ spreekt Pelikaan met een diepe, vermoeide stem, ‘hou ik niet van roddels. Zorg ervoor dat je het ware verhaal kent en hou anders je snater. Het is schadelijk voor iedereen als je iets rond tettert en niet beide kanten van het verhaal kent.’
De Zeehonden kijken een beetje beschaamd naar elkaar, de Meeuwen daarentegen, voelen zich absoluut niet aangesproken. De anderen luisteren aandachtig.
‘Mijn Man-Mens’, spreekt Pelikaan, ‘is goed bevriend met het Vrouw-Mens van Poes en Kater. Ze zijn geliefden en wonen niet samen. Toen ze elkaar leerden kennen, vijf jaar geleden in 2021, waren ze allebei al chronisch ziek en mijn Man-Mens werkte vier dagen in de week. Zijn Vrouw-Mens was graag creatief bezig op de momenten dat het even wat beter met haar ging.
Het Vrouw-Mens kon toen nog meestal prima lopen en fietsen; en ging nog naar zíjn huis toe met de trein. Het was toen juist mijn Man-Mens die door zijn ziekte MS, steeds minder goed kon lopen! Ze hadden eigenlijk verwacht dat het Vrouw-Mens te zijner tijd voor mijn Man-Mens zou moeten zorgen! En dat vooruitzicht vond ze geen probleem! Ze waren en zijn nog steeds heel gelukkig met elkaar!’
‘Wat zeg je me nou?!’, onderbreekt Meeuw 1. ‘Het lijkt wel een soapserie dit! Hilarisch toch! Hoe vínden ze mekaar!’ ‘Watt en half-watt!’, tettert Meeuw 2 erachter aan, ‘de blinde leidt de ziende, ja toch!’ ‘De kreupele!, toetert de derde Meeuw, ‘de blinde leidt de kreupele!
Twéé kreupelen nu!’ Ze vinden zichzelf geweldig grappig!
Een fikse watergolf zorgt ervoor dat ze al proestend en snuivend, verontwaardigd hun snavels houden. De dolfijnen hebben een flinke plens water over de Meeuwen gesmeten met hun vinnen.

‘Heel grappig jongens, maar niet heus.’, bromt Zeehond-Bul. ‘Wat een naar leedvermaak’, vult Zeehond-Koe afkeurend aan. De Huiler stopt gauw zijn glimlach weg. Oeps, het is blijkbaar toch niet grappig!
‘Maar wat is er nou gebeurd!
Vertel verder!’ roepen de Dolfijnen, elkaar aanvullend.
‘Ons Vrouw-Mens kreeg nog twee ziektes, boven op haar andere ziektes: ME en POTS. Daardoor werd ze invaliderend ziek.’, vertelde Poes. ‘Ja’, vulde Kater aan, ‘opeens kon ze alleen nog maar uitgeput op bed liggen en was ze vaak heel erg ziek, ze kon niks meer. Geen licht, geluid, geur of aanraking kon ze meer verdragen. Alleen nog stil in het donker liggen.’
‘Jeetje!’ zeggen de Konijnen geschokt. ‘Wat afschuwelijk voor allebei! Ik snap wel dat jouw Man-Mens voor haar wil zorgen hoor Pelikaan. Zou ik ook voor jou doen!, zegt Konijn-Voedster terwijl ze Konijn-Ram zachtjes aanstoot. Hij kijkt haar liefdevol aan. ‘Ik ook voor jou’. Ook de Zeehonden kijken elkaar aan met een geruststellende blik. Zij zullen ook voor elkaar zorgen als dat nodig is!
‘Ieuw kleffe zooi! Hou es op!’ schettert Meeuw 1. ‘Ja! Zoek een kamer!’ tettert Meeuw 2 erachteraan. Meeuw 3 haalt adem om ook wat te zeggen, maar ziet net op tijd dat Dolfijn haar vin optilt om weer een plens water hun kant op te smijten. Heel verstandig ademt hij weer uit en houdt zijn snavel.
‘Maar Pelikaan’, vraagt Dolfijn-Stier, ‘hoe is dat voor jouw Man-Mens? Het moet afschuwelijk voor hem zijn om te zien dat zijn liefje zo ziek is.’
‘Dat klopt’, zegt Pelikaan verdrietig knikkend, ‘hij vindt het heel moeilijk om te zien, dat ze nu nog maar zo weinig kan, terwijl ze zó graag van alles wil doen. Ze is heel creatief weet je! En het kan binnen tien tellen omslaan: zó kan ze een kopje thee aan tafel drinken en plotsklaps ligt ze uitgeput en doodziek op bed. Het is zo onvoorspelbaar! Verschrikkelijk vind hij dat, maar vooral voor haar!
Poes vult aan: ‘En als naaste ben je de hele dag alert: hoe gaat het met haar? Is ze nog okee? Heeft ze iets nodig? Moet ik extra zachtjes doen of zelfs uit de buurt blijven? Kan ik een kopje koffie zetten, of wordt ze op dit moment ziek van de geur van de koffie of het geluid dat het apparaat maakt?’
De dieren kijken geschrokken. Konijn-Ram zegt: ‘Ik wist echt niet dat het zó erg was! Jeetje, ik schrik ervan! Wat moet dat zwaar voor hem zijn! Stel je voor dat je fulltime bij elkaar woont, er nog kinderen in huis wonen en je moet ook nog buitenshuis werken. Dat hou je toch niet vol?’
Kater vervolgt: ‘Bij alles wat ze doet is hij op zijn hoede. Als ze even buiten zit, gaat het dan goed of wordt ze ineens ziek? Als ze weer dubbelklapt van de buikkrampen; hoelang duurt het deze keer? Wat kan hij doen?’
‘En als ze in het donker ligt; heeft ze paracetamol nodig? IJs voor op haar borst? ORS, extra zout? Of kan hij haar nu beter niet storen en zo zachtjes mogelijk doen? Moet hij haar iets te eten brengen? Wanneer hééft ze voor het laatst gegeten? Want als ze niet op tijd eet, wordt ze dáár weer ziek van!’ vult Pelikaan aan.
‘Haar ziekte is zo complex’, vertelt Poes verder, ‘dat ze iedere keer weer nieuwe klachten erbij krijgt. Je weet nooit van tevoren wat er gaat gebeuren en hoeveel pijn ze dan weer heeft. Ook dat volledig uitgeput zijn is afschuwelijk om te zien. Als mantelzorger sta je zo vaak met je handen in het haar. Het is heel zwaar voor een naaste als je je geliefde zo ziet.’
‘Dat klopt.’, zegt Pelikaan, ‘En elke keer de angst: hoe lang gaat ze dit mentaal nog volhouden? Hoelang kan ze positief genoeg blijven om door te gaan? Iedere dag gemiddeld een-en-twintig uur op je bed moeten liggen. Terwijl je zo graag van alles wilt doen, maar niet kan, omdat je daar zo ziek van wordt.’
‘Maar haar Man-Mens kan er toch gewoon mee kappen?’ schettert Meeuw 1. ‘Ja man!’ tettert de tweede Meeuw snel, ‘Regel 1: valt er niks te halen, wegwezen dan!’ Ze knikken elkaar instemmend toe. Meeuw 3 toetert snel voordat hij wegduikt: ‘Je weet hoe het in de dierenwereld gaat hè? De zwaksten overleven het niet!’ De plens water is sneller en Dolfijn-Koe kijkt tevreden naar de Meeuwen die er wéér als verzopen katten bij zitten!
‘Je hebt zeker nooit geleerd om niet gelijk te zeggen wat je denkt hè? Vandaag les één dan. Eerst nadenken voordat je wat zegt, anders zou je zo maar een nat verenpak kunnen krijgen!’, grinnikte Dolfijn- Stier. ‘Maar even zonder gekheid jongens, wat een heftig verhaal! En begrijp ik het goed dat ze er samen ook niet meer op uit kunnen? Dat zij huis en bed gebonden is? Wat ontzettend triest zeg’
‘Wow, niet meer ergens heen kunnen vliegen, vleugellam zijn’, schettert Meeuw 1 zachtjes. ‘Altijd hetzelfde zien, nooit meer andere vergezichten’, tettert Meeuw 2 zacht geschokt. ‘Al je toekomstdromen weg’, huilt Meeuw 3 bijna. Het wordt even angstaanjagend stil.
‘Maar Mama… wat kan ze nog wél?’, vraagt Huiler met een bevend stemmetje. ‘Ze kan toch nog wel íets?’ De Zeehonden en andere dieren kijken vragend naar Pelikaan, Poes en Kater.
Pelikaan schraapt zijn keel. ‘Dat is een goede vraag jongen! Weet je waarom mijn Man-Mens zoveel van haar houdt én nog steeds heel graag naar haar toe gaat? Zij is meestal positief ingesteld en heel lief!’
Poes gaat verder: ‘Ze houdt veel van haar Man-Mens en is altijd blij om hem te zien. Ze kunnen samen goed praten en elkaar aan het lachen maken. Ook kunnen ze samen dingen verzinnen om te doen, zij dan vooral vanuit bed.’
Kater vult aan: ‘En ze is nog steeds heel creatief en schrijft verhalen over haar leven, waarbij hij de foto’s maakt en nog veel meer. Dat is één van hun project, daar worden ze blij van!’
De stemming onder de dieren wordt iets luchtiger. En Pelikaan gaat verder:
‘Dit verhaal heeft ze bijvoorbeeld ook geschreven, om iedereen te vertellen hoe zwaar het kan zijn om voor iemand te zorgen die ernstig ziek is. En dat het belangrijk is, dat voor díe mensen – mantelzorgers genaamd- óók aandacht is en voor hen gezorgd wordt.
Dat ze lange pauzes nodig hebben en vakantie, om het zorgen voor hun geliefde vol te kunnen houden. Dat ze mensen nodig hebben die aan hén vragen: Hoe gaat het met JOU!? Net zoals jullie aan mij vragen hoe het gaat en tijd nemen om naar mijn antwoord te luisteren. Dat vind ik heel erg fijn. Dank jullie wel.’
De dieren zitten tot ver nadat de zon onder is gegaan bij elkaar. Ze beloven met en zonder woorden om op elkaar te letten en voor elkaar te zorgen. Om vragen te stellen en naar elkaar te luisteren. Om elkaar te troosten en om elkaar aan het lachen te maken. Als de één het niet meer kan, is er in ieder geval nog een ander die het over kan nemen.
‘Mantelzorgen’ is een mooi woord, maar daden zeggen alles.
Bedankt lieve, geweldige Mantelzorgers! ❤️❤️
*Wil je ook de andere fabels lezen? Klik dan hier!

Mis geen nieuwe Blog en/of Podcast, abonneer je gratis! Je ontvangt een bevestigingsmail; klik op de link erin (check ook je spam).
© Willyblog.com | Auteursrechten | Delen met naamsvermelding









